Interview Nietzsche: ‘Alt-right, ik sta níét aan jullie kant!’

Door: Sacha Hilhorst

Meer dan een eeuw na zijn overlijden geeft Friedrich Nietzsche (1844-1900) nog een laatste interview, om het een en ander recht te zetten.

U bent een controversiële filosoof, meneer Nietzsche. Misschien wel de meest controversiële filosoof aller tijden.
‘En zo heb ik het graag. De filosofie moet altijd een beetje gewelddadig zijn. Ik ben de filosoof met de hamer. Ik ben geen man, ik ben dynamiet.’

De nazi’s verwezen ook vaak naar uw gedachtegoed. Wat vindt u daarvan?
‘Niet dit weer! U moet begrijpen: ik heb zelf niet de kans gehad om mijn nalatenschap vorm te geven. Ik heb een zus, een jongere zus, met nazistische sympathieën. Terwijl ik op mijn ziekbed lag heeft ze mijn werk vervormd, vervalst en verspreid. Jaren eerder was ze met haar echtgenoot weggerend naar Paraguay om een arische kolonie te stichten. Nueva Germania heette die. Het Paraguayaanse avontuur mislukte – te veel muggen, te weinig geld, echtgenoot ging dood. En dus kwam ze terug naar Duitsland, vol rancune en rassenhaat, om dan maar mijn leven te vergallen. En zo is mijn complexe gedachtegoed aan de man gebracht als een soort Nazisme voor dummies.’

Maar uw werk leent zich er ook wel erg goed voor. U schrijft bijvoorbeeld met veel bewondering over ‘het blonde beest’.
‘Ik bedoelde een leeuw! Het blonde beest is een leeuw, niet een ariër!’

Ook nu weer wordt u veel aangehaald door extreem rechts. Zo zei Richard Spencer, het gezicht van alt-right, dat uw filosofie hem wakker had geschud. Waarom spreekt uw filosofie hen zo sterk aan?
‘Ik heb niets met conventies, deugden of goede manieren. Voor dat soort dingen moet u bij Immanuel Kant zijn. Maar ja, wie wil er nou deugen? Ik denk dat veel jonge mensen zich aangetrokken voelen tot een filosofie die heilige huisjes omverschopt.’

Waarom doet u dat, heilige huisjes omverschoppen?
‘Laten we eerst vragen: waar komen die heilige huisjes vandaan? Vanuit God of het geloof? Absoluut niet. Vanuit rede en logica? Allerminst. De moraal reflecteert enkel de wil tot macht. Waarom, vraagt u, prijzen we dan juist bescheidenheid en terughoudendheid? Dat zit zo: ooit vierde de moraal dat wat sterk, goed en levenslustig was. Maar de zwakkeren creëerden hun eigen moraal, waarin zijzelf de besten waren. Ze prezen de eigenschappen die zijzelf hadden en vervloekten dat wat ze niet konden krijgen. Machteloosheid werd geframed als vergiffenis. Seksloosheid werd kuisheid. Armoe werd bescheidenheid. Dat noem ik de slavenmoraal. Het christendom is het ultieme voorbeeld. Dankzij een nonsensverhaal over hemel en hel gingen zelfs de sterkeren geloven dat het beter was om zwak te zijn. Zo’n moraal vergiftigt de mens. In plaats van het leven te vieren werpen we de blik naar boven. In plaats van grootsheid na te streven tiranniseren we onszelf totdat we voldoen aan een norm van slapte.’

Alt-right wil ook taboes doorbreken. Ze bekritiseren een politiek correcte cultuur die naar hun mening slachtofferschap verheerlijkt.
‘Taboes doorbreken is iets positiefs. Een strijd, ook een strijd der ideeën, doet de mens goed. Te vaak worden controversiële figuren afgewezen omdat ze niet netjes zijn. Dat is precies het soort beknellende houding waar ik me tegen verzet. Maar dat wil niet zeggen dat ik aan de kant sta van alt-right.’

Waarom niet?
‘Ze kunnen wel ageren tegen de status quo, maar hebben ze een eigen, levensbevestigende filosofie te bieden? Uiteindelijk is wit suprematisme ook een ideologie die mensen in slaap sust. In plaats van hun problemen aan te pakken, kunnen ze blijven hangen op hun obscure internetfora en genoegen nemen met het feit dat ze wit zijn. Als filosofie heeft wit suprematisme hun niets te bieden, behalve een opgeblazen ego en een verlangen naar een imaginair verleden. Ze kwijnen weg in de schaduw van een overleden God.’

Geldt dat niet voor ons allemaal? U hebt God hoogstpersoonlijk doodverklaard.
‘Juist omdat God dood is hebben we een unieke verantwoordelijkheid – een unieke kans! – om zelf de wereld te scheppen. Er is niets, dus er kan alles zijn. Wij moeten onszelf scheppen als kunstenaars. Het heeft geen zin om te jammeren over boze feministen of snowflakes – nee, wie mijn gedachtegoed serieus neemt moet zelf een pad door de wereld slaan. Dat betekent ja zeggen tegen de strijd, ja zeggen tegen alle pijn en ook alle plezier, want dat is wat het betekent om ja te zeggen tegen het leven. We moeten niet nostalgisch terugzien naar het verleden. Durf gevaarlijk te leven! Durf de toekomst tegemoet te gaan! Opdat de mens op een dag een brug zal zijn, van het beest naar de Übermensch.’

Donaties

Bedenk zelf hoeveel de artikelen u waard zijn! Dit is een non-profit project. Maar met uw donaties maken we een nog mooiere website en nog meer meer mooie interviews. En u draagt bij aan goede en creatieve journalistiek.